Sociale zekerheid in België
Sociale zekerheid NU
Ongeveer de ganse bevolking van België heeft ooit wel eens in contact gekomen met het sociale-zekerheids-stelsel. Hierin kunnen er 2 systemen onderscheiden worden, namelijk: de klassieke sectoren van de sociale zekerheid en de sociale bijstand.
De Belgische sociale zekerheid is gebaseerd op solidariteit tussen:
- Jongeren en ouderen
- Gezonden en zieken
- Werkenden en werklozen
- Mensen met een inkomen en zonder
- Gezinnen zonder kinderen en gezinnen met kinderen
- Enzoverder
De klassieke sociale zekerheid bevat zeven takken:
- Rust- en overlevingspensioenen
- Werkloosheid
- Arbeidsongevallenverzekering
- Beroepsziekteverzekering
- Gezinsbijslag
- Verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen
- Jaarlijkse vakantie
Zelfstandigen kunnen zich tot een sociale verzekering aansluiten in geval van faillissement. Vrouwelijke zelfstandigen kunnen ook genieten van moederschapshulp.
Met sociale bijstand wordt concreet bedoeld:
- Leefloon (en sociale bijstand in brede zin)
- Inkomensgarantie voor ouderen
- Gewaarborgde gezinsbijslag
- Tegemoetkomingen aan gehandicapten
Het klassieke socialezekerheidsstelsel kan men in drie stelsels opdelen: een stelsel voor werknemers, een voor zelfstandigen en een voor ambtenaren.
De solidariteit blijft gewaarborgd omdat onder andere de werkende mensen een bijdrage moeten storten in verhouding tot hun loon. De financiering hiervan gebeurt grotendeels door de gemeenschap. Zowel de vakbonden, als de ziekenfondsen en de werkgeversorganisaties beslissen mee over de verschillende aspecten van het systeem.
Sociale zekerheid VROEGER
Zoals Rome niet op één dag gebouwd is, zo is het Belgische Socialezekerheidsstelsel ook niet in één dag ontstaan. Het is het resultaat van verschillende evoluties die zich de voorbije 150 jaar hebben voorgedaan. Als men het hedendaags stelsel bekijkt, ziet men nog kenmerken die vroeger beslist werden.
Het socialezekerheidssysteem ontstond in de periode van de eerste industriële revolutie en bij het ontstaan van het kapitalisme. Voorafgaand aan dit systeem werd de bestaande armoede steeds in familiaal verband opgelost. Vanaf dan werd het een als een probleem van de samenleving beschouwd. Dit leidde tot de oprichting van ‘Burgerlijke Godshuizen’ en ‘Burelen van Weldadigheid’. Dit waren de voorlopers van het OCMW. Tevens zijn er door de industriële revolutie specifieke risico’s ontstaan. Men was namelijk verplicht om als arbeider in de fabriek te gaan werken. Arbeiders gingen zelf ‘Maatschappijen voor Onderlinge Bijstand’ oprichten. Deze
onderlinge verzekeringskassen beschermden de aangesloten werknemers tegen de nieuwe sociale risico’s. Onder impuls van de opkomende arbeidersbeweging werden deze plaatselijke Maatschappijen voor Onderlinge Bijstand omgevormd tot mutualiteiten. Zo ook werden er kinderbijslagkassen opgericht, die een tegemoetkoming voorzagen voor arbeiders met kinderen. Door de enorme crisis die geleid heeft tot de nationale stakingen van 1886, werd het duidelijk dat overheidsinterventie onontbeerlijk was. Vanaf dan ging de overheid de mutualiteiten subsidiëren.
In 1903 ontstond de eerste verplichte verzekering. Het ging om een verzekering tegen arbeidsongevallen. Tussen de twee wereldoorlogen is het geheel van de verplichte verzekeringen danig uitgebreid. De sociale risico’s (ziekte, invaliditeit en werkloosheid) bleven nog steeds in
de gesubsidieerde privésfeer van mutualiteiten en syndicaten hangen. Tussen de beide wereldoorlogen kwam de eerste weg met het oog op het gewaardborgd inkomen voor gehandicapten tot stand.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwamen afgevaardigden van de werknemerssyndicaten,
de werkgeversorganisaties en enkele hoge functionarissen samen om een ‘Ontwerp van Overeenkomst tot Sociale Solidariteit’ voor na de oorlog op te stellen. In 1944 werd het sociaal pact door die drie partijen ondertekend. Het sociaal pact steunde op twee grote pijlers, namelijk de sociale vrede tussen de werknemers-en werkgeversorganisaties en de solidariteitsgedachte. Dit pact bracht enkele belangrijke vernieuwingen met zich mee. De uitkeringen ging omhoog, de Rijksdienst voor Maatschappelijke Zekerheid werd opgericht, de sociale zekerheid werd paritair beheerd, … Het sociaal pact vermelde niets over arbeidsongevallen en beroepsziekten, die
via de privé-verzekeringen werden geregeld. Langzaam aan evolueerde het socialezekerheidssysteem van een gewone verzekering tegen sociale risico’s naar een waarborg voor bestaanszekerheid voor iedereen.
Tijdens de economische crisis midden de jaren 1970, stijgt de werkloosheid, waardoor het moeilijk wordt om de kosten van de sociale zekerheid onder controle te houden. De enige oplossing voorhanden was de inkomsten te verhogen en de sociale uitkeringen te verlagen. Vanaf 1982 werd een crisisbeleid gevoerd.
Verder bouwt men de sociale zekerheid uit tot een belangrijke bouwsteen van
onze welvaartsmaatschappij waar solidariteit centraal staat.
Bronnen:
http://www.socialezekerheid.fgov.be/nl/, 16/04/2012
www.socialsecurity.fgov.be/nl/nieuws-publicaties/publicaties/beknopt-overzicht.htm, 16/04/201
Geen opmerkingen:
Een reactie posten