Cholera
De infectieziekte ‘Cholera’ wordt veroorzaakt door de bacterie ‘Vibrio Choleraen’. De wordt voornamelijk gekenmerkt door heftige, waterige diarree. Hippocrates was de eerste persoon die het woord cholera uitsprak. Hij noemde het naar de samenvoeging van ‘chole’ (gal) en ‘rein’ (vloeien). Er is ook mogelijks ook verwantschap met de Griekse ‘cholera’, dat (dak)goot betekent en verwijst naar de aard van de ontlasting van cholerapatiënten. Deze ziekte heeft verschillende pandemieën veroorzaakt. De laatste (en zevende) dateert van begin de jaren 60 van vorige eeuw.
Tegenwoordig wordt cholera gezien als een importziekte en komt het niet vaak voor in de Westerse landen. Een groot deel van de personen die door Vibrio Cholerae zijn geïnfecteerd heeft geen symptomen of slecht een milde diarree. Bij gezonde reizigers verloopt de ziekte dan ook meestal mild en zelflimiterend. Het typische klinische beeld van cholera begint met het acuut optreden van braken en grote hoeveelheden waterdunne diarree. Verder wordt de geïnfecteerde ook gediagnostiseerd met buikkrampen. Velen raken na enkele dagen dan ook wel gedehydrateerd. Symptomen hiervan zijn: zwakke of afwezige (snelle) pols, zeer lage bloeddruk, verminderde huidturgor, droge slijmvliezen en diepliggende ogen. In eerste instantie zijn patiënten met cholera helder en alert en hebben ze enkel een dorstig gevoel. Bij toenemen dehydratatie worden ze eerst rusteloos, erna apatisch en eventueel volgt later het bewustzijnsverlies. De incubatieperiode duurt 12 uur tot 5 dagen.
De infectieziekte ‘Cholera’ wordt veroorzaakt door de bacterie ‘Vibrio Choleraen’. De wordt voornamelijk gekenmerkt door heftige, waterige diarree. Hippocrates was de eerste persoon die het woord cholera uitsprak. Hij noemde het naar de samenvoeging van ‘chole’ (gal) en ‘rein’ (vloeien). Er is ook mogelijks ook verwantschap met de Griekse ‘cholera’, dat (dak)goot betekent en verwijst naar de aard van de ontlasting van cholerapatiënten. Deze ziekte heeft verschillende pandemieën veroorzaakt. De laatste (en zevende) dateert van begin de jaren 60 van vorige eeuw.
Tegenwoordig wordt cholera gezien als een importziekte en komt het niet vaak voor in de Westerse landen. Een groot deel van de personen die door Vibrio Cholerae zijn geïnfecteerd heeft geen symptomen of slecht een milde diarree. Bij gezonde reizigers verloopt de ziekte dan ook meestal mild en zelflimiterend. Het typische klinische beeld van cholera begint met het acuut optreden van braken en grote hoeveelheden waterdunne diarree. Verder wordt de geïnfecteerde ook gediagnostiseerd met buikkrampen. Velen raken na enkele dagen dan ook wel gedehydrateerd. Symptomen hiervan zijn: zwakke of afwezige (snelle) pols, zeer lage bloeddruk, verminderde huidturgor, droge slijmvliezen en diepliggende ogen. In eerste instantie zijn patiënten met cholera helder en alert en hebben ze enkel een dorstig gevoel. Bij toenemen dehydratatie worden ze eerst rusteloos, erna apatisch en eventueel volgt later het bewustzijnsverlies. De incubatieperiode duurt 12 uur tot 5 dagen.

De Vibrio Cholerae is afkomstig uit India. Deze besmettelijke ziekte zou zijn oorsprong hebben in een grote epidemie die in 1817 in India uitbrak waarbij achteraf de rivier de Ganges als grote
besmettingshaard werd aangewezen. Het bereikte Europa veertien jaar later, in 1831. Ook in België maakte de ziekte in de 19e eeuw heel wat slachtoffers.
Hoewel er in 1844 al een verband was gelegd tussen cholera en besmet drinkwater, werd dit pas in 1849 voor het eerst in de medische wereld onderkend, door de Britse arts-wetenschapper John Snow. In 1855 werd de tweede versie uitgegeven. Hierin vermeldt men een gedetailleerd onderzoek naar de invloed van besmet water uit een waterpomp op Broadstreet op de epidemie die in 1854 Londen heeft getroffen. Het besluit leek dan ook logisch: mensen die dicht
bij die waterpomp woonden (en hun water daar dus haalden) raakten veel vaker besmet dan elders.
Tijdens de industrialisatie kwamen er in Engeland veel infecties voor. Dit had er mee te maken dat mensen onder heel slechte leefomstandigheden leefden. Er waren geen waterleidingen of rioleringen aanwezig, waardoor de uitwerpselen van mensen en dieren direct in de beerputten terecht kwamen. Wanneer iemand in de familie cholera kreeg, was diarree een logisch gevolg. De diarree veroorzaakte vervolgens de uitdroging. Als men dan nog steeds uit de vieze tonnen of dergelijke dronk, werd men nog zieker, met dikwijls de dood tot gevolg. Pas aan het einde van deze periode liet de Engelse regering waterleidingen en rioleringen aanleggen.
Bronnen:
http://www.who.int/
http://www.rivm.nl/Bibliotheek/Professioneel_Praktisch/Richtlijnen/Infectieziekten/LCI_richtlijnen/LCI_richtlijn_Cholera
http://www.rivm.nl/Zoeken?query=cholera
Geen opmerkingen:
Een reactie posten