donderdag 19 april 2012

Het Kapitalisme

Overal waar men heen kijkt, ziet men hetzelfde beeld. Files aan de lokketten van het OCMW, laagbetaalde deeltijdse jobs, shopping-centers waar ooit fabrieken stonden. Mensen doen alles om het hoofd boven water te kunnen houden. Dit is Europa in de 21e eeuw.
Het kapitalisme is een politiek-economisch systeem dat gebaseerd is op het bezit van het productiemiddel kapitaal. Het ideaaltype van het kapitalisme heeft vier belangrijke kenmerken. Dit zijn de nadruk op het individu en privé-eigendom, het winststreven of de kapitaalaccumulatie, het marktmechanisme en de ondernemingsgewijze productie.
Het draagt bij aan de economische groei, maar over de wenselijkheid van de ontwikkeling en verdeling zijn de meningen verdeeld. Het kapitalisme vindt haar oorsprong terug in het vroegmoderne West-Europa, waar het ontstond uit het feodale systeem in de Late Middeleeuwen.
De arbeidsverdeling zette in deze periode steeds verder door, wat een proces van individualisering in gang zette, versterkt door de overgang van een agrarische naar een stedelijke samenleving.
Naast het vroegkapitalisme ontstond ook het mercantilisme. Tijden de negentiende eeuw gold het inzicht dat vrijhandel zowel als absolute als comparatieve voordelen bood en verminderde invloed van het mercantilisme om plaats te maken voor het economisch liberalisme. Hier stond de vrijheid van het individu centraal, aangezien het nastreven van eigenbelang de motor van de welvaart van de hele samenleving zou zijn. Om deze vrijheid in economisch handelen te bereiken, moest de staat zich inperken tot de garantie daarvan en op het vlak van productie en handel een politiek voeren van laisser faire.
Het kapitalisme is gebaseerd op één voorname steunpilaar: het privé-eigendom van de productiemiddelen (de bedrijven, de arbeidersplaatsen en het financiële systeem).
Kapitalisten verkrijgen hun inkomen uit dit eigendom, door winst uit hun investeringen, in plaats van door hun arbeidskracht te verkopen zoals de arbeider. Sommige delen van de economie kunnen publiek eigendom zijn, maar de grote privébedrijven vormen het belangrijkste deel.
Het privé-eigendom begon haar levensloop niet met het kapitalisme: Zowel de slavenmaatschappij als het feodalisme waren op het privé-eigendom gebaseerd. Toen werden ook gewone mensen uitgebuit. Slapen werken enkel voor voedsel en onderdak; lijfeigenen werkten een deel van de week op de landgoederen van de landheer of gaven een deel van hun oogst aan hem (of beide). De manier waarop arbeiders onder het kapitalisme uitgebuit worden, is anders. De lijfeigene had meestal wel een stukje land in bezig of had er tenminste rechten op. Voedsel en andere levensnoodzakelijkheden werden meestal door henzelf gemaakt. De arbeiders van vandaag kunnen hun eigen voedsel niet meer kweken of hun eigen kleren maken. Ze worden gedwongen voor een baas te werken om de eindjes aan elkaar te knopen. Daarom noemde Marx het kapitalisme de ‘veralgemeende warenproductie’. Dat is het idee van het ‘marktsysteem’: alles
staat te koop. Men noemt het de ‘vrije markt’. Er is echter niets vrij aan de markt als je een laag-betaalde job hebt. En waar is er vrijheid in een wereld waar alles opgedeeld is tussen een aantal grote bedrijven?
Wanneer men kijkt naar het inkomen en de levensstijl van grote bazen en de rijken, kan men slechts tot één conclusie leiden. België is geen arm land. Wie heeft al deze rijkdom gecreëerd? De bron van alle rijkdom in het kapitalistische maatschappij is de arbeid van de arbeidersklasse. Deze bestaan niet enkel uit fabrieksarbeiders die handenarbeid verrichten; het is de grote meerderheid van de bevolking die hun inkomen verkrijgen door hun arbeidskrachten te verkopen. Arbeiders hebben geen kapitaal of investeringen zoals de kapitalisten. Ze kunnen dikwijls met moeite de eindjes aan elkaar knopen.
Ook de werklozen en deeltijdse arbeiders behoren nog steeds tot de arbeidersklasse. Het is de fout van het systeem dat ze het recht op werk niet verkrijgen. Het is de arbeid die zaken hun waarde geeft in de marxistische zin van het woord. De natuurlijk levert de grondstoffen, het water, de lucht … Echter, we kunnen de meerderheid van de natuurlijke bronnen niet rechtstreeks gebruiken. Ze moeten eerst bewerkt worden om ze voor ons nuttig te maken. Hier kan men nogmaals aantonen dat arbeiders niet weg te denken zijn uit ons systeem.
Tegenwoordig is het kapitalisme over vrijwel de gehele wereld het vigerende economische systeem en vorm het steeds sterker een mondiale markt. Op de vraag in hoeverre het kapitalisme – de vrije markt – als maatgevend moet worden beschouwd voor de verdeling van economische macht wordt verschillend gedacht. De meest principiële kritiek op het kapitalisme komt tegenwoordig uit de hoek van het andersglobalisme.

Bronnen:


Karl Bachinger, Herbert Matis (2008): Soziookonomische Entwicklung: Konzeptionen und Analysen von Adam Smith bis Amartya K. Sen. Band 3074, UTB 2008, ISBN 978-3-8252-2074-6, p. 77

www.wikipedia.be

http://www.marxisme.be/nl/index.php?option=com_content&view=article&id=9&Itemid=2

Geen opmerkingen:

Een reactie posten