Analfabetisme
Analfabetisme wordt ook wel eens ‘ongeletterdheid’ genoemd. Mensen die hieraan lijden noemt men analfabeten. Deze personen beheersen in onvoldoende mate de vaardigheid in lezen, spellen en/of schrijven. Er wordt meestal wel een onderscheid gemaakt tussen analfabeten en laaggeletterden. Laaggeletterden kunnen wel lezen en schrijven, maar beheersen deze vaardigheden niet genoeg om goed te kunnen functioneren in deze maatschappij. Een analfabeet daarentegen is niet in staat om een tekst te lezen. Niettemin zijn ze wel in staat om de taal te leren. Mensen met een erge vorm van dyslexie, kunnen we lezen, maar kunnen het geheel
niet interpreteren. Deze personen hebben het wel moeilijk met het aanleren van deze competenties.
Analfabetisme betekent meer dan niet kunnen lezen en schrijven. Het houdt ook in: de sleutel missen tot ontwikkeling, tot participatie in de samenleving, tot het doorbreken van de vicieuze cirkel van armoede en afhankelijkheid, generaties lang …
Analfabetisme komt het meeste voor in ontwikkelingslanden. Hoewel daar ook al het aantal analfabeten aan het afnemen is. Volgens de interpretatie ‘UNESCO’ wordt analfabetisme in ontwikkelingslanden gedefinieerd als het percentage personen boven de 15 die niet kunnen lezen of schrijven. In 1990 bedroeg dit nog 30%, 10 jaar later was dit slechts 24% meer. De meeste analfabeten vindt men in Zuid-Azië (46%), gevolgd door Afrika ten
zuiden van de Sahara (39%). In westerse landen zoals Nederland en België komt dit verschijnsel in minimale getallen ook voor. Beide landen dan ook ernstige inspanningen om dit cijfer
terug te dringen.
In Vlaanderen zijn de centra voor basiseducatie heel bekend om hun intensieve cursussen. Deze cursussen zijn erg laagdrempeling. Behalve lezen en schrijven komt er ook maatschappelijke weerbaarheid aan bod, omdat de groep laaggeletterden daar vaak ook behoefte aan hebben, zoals bij het invullen van formulieren en het aanvragen van uitkeringen.
Wereldwijd worden er 880 miljoen analfabeten geteld. Toch blijft het analfabetisme in deze tijden nog steeds een taboe. Hieronder vindt u een verdeling van de analfabeten, wereldwijd. Gezien de legende niet echt duidelijk is: donker rood: het meeste aantal analfabeten, naar beneden, blauw: het minste analfabeten.

Wat doet de overheid hieraan?
niet interpreteren. Deze personen hebben het wel moeilijk met het aanleren van deze competenties.
Analfabetisme betekent meer dan niet kunnen lezen en schrijven. Het houdt ook in: de sleutel missen tot ontwikkeling, tot participatie in de samenleving, tot het doorbreken van de vicieuze cirkel van armoede en afhankelijkheid, generaties lang …
Analfabetisme komt het meeste voor in ontwikkelingslanden. Hoewel daar ook al het aantal analfabeten aan het afnemen is. Volgens de interpretatie ‘UNESCO’ wordt analfabetisme in ontwikkelingslanden gedefinieerd als het percentage personen boven de 15 die niet kunnen lezen of schrijven. In 1990 bedroeg dit nog 30%, 10 jaar later was dit slechts 24% meer. De meeste analfabeten vindt men in Zuid-Azië (46%), gevolgd door Afrika ten
zuiden van de Sahara (39%). In westerse landen zoals Nederland en België komt dit verschijnsel in minimale getallen ook voor. Beide landen dan ook ernstige inspanningen om dit cijfer
terug te dringen.
In Vlaanderen zijn de centra voor basiseducatie heel bekend om hun intensieve cursussen. Deze cursussen zijn erg laagdrempeling. Behalve lezen en schrijven komt er ook maatschappelijke weerbaarheid aan bod, omdat de groep laaggeletterden daar vaak ook behoefte aan hebben, zoals bij het invullen van formulieren en het aanvragen van uitkeringen.
Wereldwijd worden er 880 miljoen analfabeten geteld. Toch blijft het analfabetisme in deze tijden nog steeds een taboe. Hieronder vindt u een verdeling van de analfabeten, wereldwijd. Gezien de legende niet echt duidelijk is: donker rood: het meeste aantal analfabeten, naar beneden, blauw: het minste analfabeten.

Wat doet de overheid hieraan?
Men gaat onder andere de geletterdheid bij jongeren gaan bevorderen. Verschillende instituties richten zich op het voorkomen en verminderen van laaggeletterdheid en alfabetisme. Ook proberen ze tot een leesbevordering te komen. De overheid gaat projecten opzetten die er voor zorgen dat kinderen met een leerachterstand specifieke aandacht en begeleiding krijgen (vb: GON-beleid). Ze gaan proberen het aantal voortijdig schoolverlaters te verminderen. Het probleem ligt natuurlijk niet bij jongeren alleen. Ook het aantal laaggeletterde volwassenen willen ze terug dringen. Dit doet men door onder andere de instelling ‘basiseducatie’ te subsidiëren. Hier kunnen laaggeletterden tegen een heel lage prijs les volgen. Ook worden er taa -en schrijfcursussen georganiseerd.
Verder investeert de overheid in de promotie van allerhande ontwikkelingen, projecten, .. zodat de laaggeletterdheid en analfabetisme drastisch verminderen.
Bronnen:
DE SWAAN, A. (2004). Zorg en de staat. Amsterdam: Bert Bakker, p.73
DE SWAAN, A. (2004). Zorg en de staat. Amsterdam: Bert Bakker, p.73
http://www.armoedebestrijding.be/cijfers_analfabetisme.htm
Geen opmerkingen:
Een reactie posten