Het moderne terrorisme
Vrijdag 13 april. Het slechte weer zette me er toe aan om wat tv te kijken. Mijn oog viel op een programma op canvas, namelijk: ‘History of terrorism’, een documentaire reeks van Michael Prazan over de geschiedenis en de ontwikkeling van het moderne terrorisme. Dagelijks ontploffen er in Irak, Afghanistan of elders in de wereld bommen die vaak tientallen mensenlevens eisen. Geen enkel land is immuun voor het terrorisme. In de aanloop naar 9/11
en daarna waren er zware aanslagen in Afrika (Kenia, Tanzania), Europa (Madrid, Londen) en Azië (Bali).
Terrorisme is een deel geworden van het moderne leven. Kapingen, bomaanslagen en moorden op verschillende continenten van de wereld lijken een manier om sociale, politieke en religieuze verandering te bevorderen.
Terrorisme is een breed concept, vandaar dat ik in dit artikel er voor gekozen heb me toe te spitsen op ‘de strijd van de Westerse democratieën tegen het terrorisme, met als zwaartepunt de islamisering van het terrorisme.’
Sinds 1970 vond het Islamitische terrorisme het plaats rond het Midden-Oosten, Afrika, Europa, Zuid-Azië en de Verenigde Staten. Deze terroristenorganisaties trainden hun manschappen om zelfmoordpogingen, kapen, kidnappen, enzoverder uit te voeren. Ze rekruteerden hun nieuwe leden dikwijls via het internet. Men riep op om naar ‘plaats x’ af te reizen en mee te doen
aan trainingskampen om zo volleerd terrorist te worden.
Jihad is een begrip uit de Islam. Het komt van de Arabische woordstam jhd, dat 'streven' betekent. Jihad betekent: ‘Heilige oorlog tegen het kwaad in jezelf en je eigen leven.’ Dit is foutief geïnterpreteerd als een oproep tot geweld tegen niet-moslims.
Een ideologie dat een rol speelt in het Islamitische terrorisme is het principe van Jihad, dewelke doorgaans strijdvoering betekent. Militanten gebruiken in het algemeen de jihad om oorlogsvoering of tegenmaatregelen te gebruiken tegen actoren die – naar men zegt – de Moslims geschaad hebben.
Sterke bevolkingsgroei, gecombineerd met economische stagnatie hebben stedelijke agglomeraties gecreëerd in Caïro, Istanbul, Tehran, Karachi, Dhaka en Jakarte. Elk met meer dan 12 miljoen burgers, miljoenen jonge burgers zonder werk. Dit publiek zijn vanzelfsprekend de favorieten van het Islamitische systeem. Ze beloven hen een betere wereld en een familiale basis voor groepsidentiteit en solidariteit.
Wat hierboven beschreven werd, heeft te maken met: ‘Moslimextremisme’ of ‘Islamitisch extremisme’. Deze term duidt een maatschappelijke en antiwesterse politieke stroming aan die uitgaat van de waarden van het moslimfundamentaslisme die combineert met een extremische signatuur. Moslimextremisme is geen vastomlijnde term en wordt zowel gebruikt voor islamitische, door islamitische principes ingegeven terroristische of orthodox-islamitische opvattingen.
Veel van deze islamistische hervormingsbewegingen die sinds de jaren 70 en 80 van de 20e eeuw zijn opgericht, zoals Al Qaida, staan een rigoureuze, hernieuwde toepassing van de Koran en de religieuze wetten voor. Deze niet-geestelijken passen de islamitische wetten echter toe zonder de
islamitische leermeesters te consulteren. Zij erkennen de koranexegese die in de loop der eeuwen door islamitische juristen werden gemaakt, niet.
Moslimextremisten kunnen passief zijn (de sharia of andere orthodoxe islamitische principes aanhangen bijvoorbeeld) maar ook actief. In dat geval kan moslimextremisme zich uiten in terrorisme of onderdrukking en discriminatie van vrouwen, homoseksuelen, afvallige moslims, niet-moslims of politiek maatschappelijk andersdenkenden zoals individualisten, feministen, liberalen en anarchisten.
Tot slot moet het terrorisme worden erkend als een nieuw type van militaire agressie, dat actie van de overheid vereist. Het gaat hier om een niet-verklaarde oorlog. Regels, wetten en het preventiebeleid moeten nog verder uitgewerkt worden om de terroristische agressie te voorkomen of op zen minst te reduceren.
Vrijdag 13 april. Het slechte weer zette me er toe aan om wat tv te kijken. Mijn oog viel op een programma op canvas, namelijk: ‘History of terrorism’, een documentaire reeks van Michael Prazan over de geschiedenis en de ontwikkeling van het moderne terrorisme. Dagelijks ontploffen er in Irak, Afghanistan of elders in de wereld bommen die vaak tientallen mensenlevens eisen. Geen enkel land is immuun voor het terrorisme. In de aanloop naar 9/11
en daarna waren er zware aanslagen in Afrika (Kenia, Tanzania), Europa (Madrid, Londen) en Azië (Bali).
Terrorisme is een deel geworden van het moderne leven. Kapingen, bomaanslagen en moorden op verschillende continenten van de wereld lijken een manier om sociale, politieke en religieuze verandering te bevorderen.
Terrorisme is een breed concept, vandaar dat ik in dit artikel er voor gekozen heb me toe te spitsen op ‘de strijd van de Westerse democratieën tegen het terrorisme, met als zwaartepunt de islamisering van het terrorisme.’
Sinds 1970 vond het Islamitische terrorisme het plaats rond het Midden-Oosten, Afrika, Europa, Zuid-Azië en de Verenigde Staten. Deze terroristenorganisaties trainden hun manschappen om zelfmoordpogingen, kapen, kidnappen, enzoverder uit te voeren. Ze rekruteerden hun nieuwe leden dikwijls via het internet. Men riep op om naar ‘plaats x’ af te reizen en mee te doen
aan trainingskampen om zo volleerd terrorist te worden.
Jihad is een begrip uit de Islam. Het komt van de Arabische woordstam jhd, dat 'streven' betekent. Jihad betekent: ‘Heilige oorlog tegen het kwaad in jezelf en je eigen leven.’ Dit is foutief geïnterpreteerd als een oproep tot geweld tegen niet-moslims.
Een ideologie dat een rol speelt in het Islamitische terrorisme is het principe van Jihad, dewelke doorgaans strijdvoering betekent. Militanten gebruiken in het algemeen de jihad om oorlogsvoering of tegenmaatregelen te gebruiken tegen actoren die – naar men zegt – de Moslims geschaad hebben.
Sterke bevolkingsgroei, gecombineerd met economische stagnatie hebben stedelijke agglomeraties gecreëerd in Caïro, Istanbul, Tehran, Karachi, Dhaka en Jakarte. Elk met meer dan 12 miljoen burgers, miljoenen jonge burgers zonder werk. Dit publiek zijn vanzelfsprekend de favorieten van het Islamitische systeem. Ze beloven hen een betere wereld en een familiale basis voor groepsidentiteit en solidariteit.
Wat hierboven beschreven werd, heeft te maken met: ‘Moslimextremisme’ of ‘Islamitisch extremisme’. Deze term duidt een maatschappelijke en antiwesterse politieke stroming aan die uitgaat van de waarden van het moslimfundamentaslisme die combineert met een extremische signatuur. Moslimextremisme is geen vastomlijnde term en wordt zowel gebruikt voor islamitische, door islamitische principes ingegeven terroristische of orthodox-islamitische opvattingen.
Veel van deze islamistische hervormingsbewegingen die sinds de jaren 70 en 80 van de 20e eeuw zijn opgericht, zoals Al Qaida, staan een rigoureuze, hernieuwde toepassing van de Koran en de religieuze wetten voor. Deze niet-geestelijken passen de islamitische wetten echter toe zonder de
islamitische leermeesters te consulteren. Zij erkennen de koranexegese die in de loop der eeuwen door islamitische juristen werden gemaakt, niet.
Moslimextremisten kunnen passief zijn (de sharia of andere orthodoxe islamitische principes aanhangen bijvoorbeeld) maar ook actief. In dat geval kan moslimextremisme zich uiten in terrorisme of onderdrukking en discriminatie van vrouwen, homoseksuelen, afvallige moslims, niet-moslims of politiek maatschappelijk andersdenkenden zoals individualisten, feministen, liberalen en anarchisten.
Tot slot moet het terrorisme worden erkend als een nieuw type van militaire agressie, dat actie van de overheid vereist. Het gaat hier om een niet-verklaarde oorlog. Regels, wetten en het preventiebeleid moeten nog verder uitgewerkt worden om de terroristische agressie te voorkomen of op zen minst te reduceren.
Bronnen:
Laquer Walter, The Age of terrorisme. Boston: Brown, 1987. Boston: Brown, 1987.
Lewis, Bernard, 'Islam: The Religion and the People' (2009). Page 53, 145–150
Jane I. Smith (2005). "Islam and Christianity". Encyclopedia of Christianity. Oxford University Press. ISBN 978-0-19-522393-4
Daniel Byman and Christine Fair (July/August 2010). “The case of Calling Them Nitwits.” Atlantic Magazine. 8 juli 2010.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten